Bij welke club?

 

In de afgelopen periode waarin een groot aantal mensen dierbaren verloren, nadat een vliegtuig uit de lucht geschoten werd en andere op hun eigen manier geconfronteerd werden met hun eigen grote en kleine lijden, was ik aan het kamperen met mijn gezin in Frankrijk.

In de digitale versie van de Volkskrant probeerde ik mee te lezen met wat er zich afspeelde in Nederland en hoe dit de gemoederen wereldwijd bezig hield. Als je op grote afstand leest beleef je alles anders. Ik heb niemand verloren, kende niemand van de slachtoffers van deze daad van geweld en kon me alleen maar proberen mee te leven met het lijden wat zich zo duidelijk afspeelde.

Ik lees graag columns en ingezonden brieven in kranten. Een van de mooiste commentaren vond ik de oproep om bij groot verdriet de steun van een vriend te zoeken. Een vriend, dichtbij of ver weg. Een levende vriend of overleden vriend. Een mens is in staat om in zijn geest een vriend op te roepen, te creëren, iemand die hulp kan bieden, troost en verzacht, daar waar het nodig is. Zelfs als er niemand (meer) is.

Gekscherend roep ik weleens graag te behoren tot “de club zonder vrienden”. Dat scheelt veel gedoe, verplichtingen, het houden aan codes, regels en afspraken. Het helpt ook niet bang te hoeven zijn vrienden te verliezen, wetende dat dit toch zal gebeuren. Nederland is momenteel met elkaar verbonden als een club met vrienden. Rouw verbindt en dat lijkt mij ook van groot belang. Al het andere komt later. Er wordt veel gezegd, veel geschreven, veel gewezen naar allerlei mensen, die weer bij eigen clubs horen. Iedere club kijkt naar elkaar, beschuldigt, steunt, vecht en deelt. Het lijden is in iedere club zichtbaar. Een vriend, een compassionele vriend zou bij elke club welkom zijn.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Actualiteit. Bookmark de permalink .