Toevallige ontmoeting

Het was zo’n 20 jaar geleden dat ik haar voor het laatst gezien had. Ze keek wantrouwend, angstig en verward. Het duurde enkele seconden voordat ik haar herkende. Niets was overgebleven van de mooie jonge vrouw uit de jaren negentig. Een chronische dame met een grote bos haren, intussen grijs. Ze was te vroeg oud geworden. Ik vermoed dat ze ergens achter in de 30 moest zijn. Ik herinner me de vele telefoongesprekken die we gehad hebben. Hoe zeer ik ook geprobeerd had om tot haar door te dringen, het bleek niet genoeg te zijn geweest.

Ik zat in mijn auto en zij liep voorbij. We hadden oogcontact, maar ze leek me niet meer te kennen. Haar blik was leeg, ze keek recht door me heen. Jaren zat ik in haar “systeem” – belde ze mij veelvuldig op, om gerust gesteld te worden, antwoorden te krijgen op haar levensvragen die ik niet had. Ze vroeg en kreeg telkens mijn aandacht, in de wetenschap dat het haar niet verder hielp. Ik had met haar te doen, hoe ze hier nu liep.

Mijn auto rolde als bijna vanzelf verder en voordat ik het wist, verdween ze in mijn achteruitkijkspiegel. Ik reed zachtjes door richting mijn gekozen bestemming en besloot na 5 minuten om te draaien. Ik kon haar niet meer terug vinden. Haar pad was een ander dan het mijne. Ik voelde me schuldig.

De vier basiswensen die ik daarvoor beoefend had met een trainingsgroep zijn ook op haar van toepassing: moge zij gelukkig zijn, moge zij gezond zijn, moge zij zich veilig voelen en moge zij in rust en vrede met zichzelf leven …

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Actualiteit. Bookmark de permalink .